VKO-deelnemer Mark Rood leidt samen met zijn ouders en vriendin sinds drie jaar een melkveebedrijf in Holten. Het is een extensief bedrijf bestaande uit in totaal 105 hectare land (20 hectare mais en 85 hectare grasland) en 150 melkkoeien en 120 stuks jongvee. Rood boert in waterwingebied en is daarom ook aangesloten bij het project Boeren voor Drinkwater om nitraatuitspoeling zo veel mogelijk terug te dringen.

Als extensief bedrijf moet je goed nadenken hoe je je land optimaal kunt inzetten, vindt Rood. “Ik wil geen voer aankopen en mijn hectares maximaal benutten. Met 80 hectare grasland heb ik al snel te veel gras, dus hoe kan ik onze grond beter inzetten? We hebben nu een goede aanpak waardoor we veel eiwit van eigen land halen. Vorig jaar 93% en dat resulteerde in een toprantsoen met veel eiwit en VEM in combinatie met weinig OEB. Dat bleek ook uit de melk- en eiwitgehalten uit de tank afgelopen periode met 3,85 % eiwit en 4,75% vet met een ureum van 20.

Beweiding, gras en hooiland

Het grasland van de familie Rood is strikt verdeeld. 20 tot 25 hectare is enkel bestemd voor beweiding en ongeveer 55 hectare wordt volledig gebruikt voor het maaien. De slechtere graspercelen, zo’n 15 hectare, zet de familie Rood om in hooiland. Het perceel wordt eind juli geoogst, het voer is geschikt voor de droge koeien en het jongvee.

In februari strooit de familie Rood 10 tot 15 ton organische mest (uit de potstal van de droge koeien) over alle graslanden. “Voor de eerste snede wordt er 25 kuub drijfmest aangewend en strooien we in maart 250 kg per hectare GroGrass Stabiel over onze maaipercelen, over de weidepercelen gaat 175 kg per hectare. Als er voldoende gras staat gaan de koeien naar buiten. Dat was dit jaar 13 april. De koeien worden beweid via het roterend standweiden.”

1e en 2e snede voor goede kwaliteit ruwvoer

Rood heeft eind april nog niet gemaaid, hij gaat voor minimaal 3500 KG droge stof. “Het gras moet zeker nog een week tot anderhalve week staan, dan gaat de eerste snede eraf.” Na de eerste oogst, brengt Rood nog 20 kuub drijfmest en 125 kg KAS op het land ten behoeve van de 2e snede. “De eerste en tweede snede zijn essentieel voor een goede kwaliteit en kwantiteit van het ruwvoer. Daar bemest ik dus ook voor, al wil ik wel wat minder kunstmest gaan strooien. “

Door de droogte is er afgelopen jaar minder gestrooid: als er niets groeit hoeft het ook niet worden bemest, aldus Rood. De derde en vierde snede is voor het grootste gedeelte bestemd voor het jongvee en droge koeien.

Inkuilen

De eerste snede wordt zo snel en zo droog mogelijk ingekuild, legt Rood uit. “We kuilen de eerste en tweede snede over elkaar heen. Dat levert bij het inkuilen ietsje verlies op, maar de combinatie van de scherpe 1e snede (veel kilo’s eiwit en VEM) en rustige 2e snede (goed eiwit, weinig OEB) levert een toprantsoen op. Hier hebben onze melkkoeien het gehele jaar continu goed van gegeten.”  Bij het inkuilen gebruikt Rood een toevoegmiddel. “ Dat is voor extra melk en azijnzuurproductie: de melkzuur zorgt voor een snelle conservering en de azijnzuur voor minder broei. Gezamenlijk zorgen ze voor minder verliezen aan DS, VEM en EIWIT. Hetzelfde middel wordt ook bij de maisoogst ingezet.

Droogte

Rood heeft op zijn zandgrondpercelen uiteraard last van de droogte, maar heeft zelf materiaal om volop te beregenen. “Op zowel gras- als in de mais heel belangrijk.” Daarnaast kan Rood andere collega-boeren aanraden om zo nu en dan grasland te vernieuwen. “Sowieso scheuren we elk jaar 5 hectare grasland. Zo houd je zowel je productie als eiwit opbrengst op peil.” Nieuw grasland is beter bestand tegen de droogte.

Rood, tot slot: “Onze manier van werken heeft ertoe geleid, dat er in 2019 11,6 ton DS gras en 19,5 ton DS mais is geoogst. Hierdoor zakte ons stikstofbodemoverschot van 148 kg (2018) naar 48 kg per hectare (2019). Wij streven erna om komend seizoen die resultaten te evenaren, maar door het droge voorjaar zal dit niet gemakkelijk worden.”

Bas Bassa, VKO-studiegroepbegeleider en coach bij DMS:

Het verhaal van Mark is een mooi voorbeeld van hoe beslissingen terugkomen in de cijfers. Na het bekijken van 3 jaar KringloopWijzers vielen mij een aantal zaken op. Er is een groot verschil tussen de opbrengsten van het land tussen 2018 en 2019. Bijna 5.500 kg ds meer per hectare grasland en 4.000 kg ds meer per hectare snijmais. Is dat van belang? Jazeker! De formule voor eiwit van eigen land is immers: de kg stikstof geoogst van eigen land bestemd voor voeding eigen vee per ha/ kg stikstof gevoerd in het rantsoen per ha. Op het moment dat de opbrengsten dus omhooggaan en de veestapel dezelfde hoeveelheid eiwit blijft vreten zal de waarde van het getal eiwit van eigen land dus hoger worden.

Extra opbrengst creëren

Grote vraag is natuurlijk hoe doe je dat? Die extra opbrengst creëren? Een kort gesprek met Mark maakt veel duidelijk en ogenschijnlijk simpel: het grote verschil tussen 2018 en 2019 is de inzet van twee regenhaspels. Een voor het grasland en een in de snijmaispercelen. Water is essentieel voor de groei van het gewas en dus ook voor de benutting van je meststoffen. Daarom wacht Mark ook dit jaar niet en is opnieuw volop aan het beregenen. Je wilt je drijfmest en kunstmest voor de eerste snede wel omzetten in gras.

Eiwit omzetten in melk

Een ander punt dat opvalt in relatie met eiwit van eigen land is de uitbreiding van het areaal grond in 2019 en ook het zakken van de totale hoeveelheid geproduceerde melk op het bedrijf. Minder melk is minder eiwit gevoerd. Minder eiwit gedeeld door meer hectares geeft een lagere waarde voor kg stikstof gevoerd in het rantsoen per ha. De geoogste hoeveelheid stikstof per ha is flink opgeschroefd. Van 202 kg N in 2018 naar 307 kg N in 2019. De hoeveelheid eiwit in gebruikt veevoer (in kg N) zakte van 395 naar 329. Een snelle rekenaar ziet dan ook dat het percentage eiwit van eigen land in 2018 51% was. Het nemen van een aantal beslissingen geeft dus een forse verhoging. Van 51% in 2018 naar 93% in 2019. De 93% is hoog maar een analyse van Dirksen Management Support (waar ik ook voor werk) leert dat bedrijven rond de 12.000 kg melk per ha gemiddeld rond de 75 – 80% scoren op dit onderdeel.

Belangrijke uitdaging voor Mark is om het eiwit van eigen land om te zetten in melk. Dit kan door meer koeien te gaan melken (zoals overigens ook de wens is van de familie Rood) of door het verlagen van de krachtvoergift.”

Tips: 

  • Als het kan, is beregenen essentieel voor goede benutting van de mineralen
  • Bemest naar wat je wil oogsten
  • Droge eerste snede belangrijk voor goede OEB en DVE verhouding