Hoe verbeter ik de klauwgezondheid van mijn koeien? Het is de meest prangende vraag van VKO-deelnemer en melkveehouder Jan Wup uit Mastenbroek aan expert Gerrit Hegen tijdens de VKO Bedrijfsscan. Hoe komt het dat zijn melkkoeien zo snel last hebben van de klauwen en kreupelheid? Wup: “We bekappen preventief, maar desondanks plak ik jaarlijks nog ruim 150 blokjes. Dat kost veel tijd en komt het werkplezier zeker niet ten goede.”

Gerrit Hegen heeft zich van tevoren goed ingelezen over maatschap Wup die Jan samen met zijn broer leidt (zie kader) en bekijkt vandaag tijdens een drie uur durend bezoek het hele bedrijf en deelt zijn kennis en ervaring. ‘Ik zeg wat ik denk’, is zijn openingszin, oftewel: Hegen neemt geen blad voor de mond.  Wup: “Dat is fijn, want ik ben hier om te leren.” Na het bezoek ontvangt de deelnemer een uitgebreid verslag. Hegen: “Dit is een gemotiveerde ondernemer bij wie het heel goed gaat. Toch zijn er altijd zaken waardoor je je bedrijf verder kunt optimaliseren. Die benoem ik.” Zijn integrale kijk om het melkveebedrijf verder te optimaliseren richt zich op het verbeteren van de bodem, gewas en dier. We maakten ook een filmpje van het bedrijfsbezoek, zie hieronder!

VKO-bedrijfscan

Tijdens de VKO-bedrijfsscan onderzoekt adviseur Gerrit Hegen alle aspecten binnen het melkveebedrijf. Samen met de melkveehouder bekijkt hij bodem van grasland en maisland, grassenbestand, beweiding, ingekuild product, rantsoen, jongvee, koeien en de stal. Van tevoren geïnformeerd door de melkveehouder over de laatste bodemmonsters, kuilanalyses en KringloopWijzer kan de adviseur een gedegen advies uitbrengen over de stand van het bedrijf en (eventueel) verbeterpunten meegeven. Gerrit Hegen van de Boerenveearts kijkt in het bijzonder naar de relatie bodem-plant-dier en de integrale aanpak van diergezondheid. Zijn filosofie: alles hangt met elkaar samen.

Bodem

Met de kassen van de Koekkoek in zijn achtertuin, ziet Wup zijn veengrond steeds ongelijkmatiger worden. Wup heeft wel eens gedacht aan onderwaterdrainage toepassen om de daling van de veengrond tegen te gaan en de bodemgezondheid te verbeteren. Hegen: “Een goed idee dat je zeker verder moet onderzoeken. Totdat het zover is, kun je nu al maatregelen nemen om de bodem te verbeteren.”

Bekalken

Onderhoudsbekalking is de laatste jaren niet gebeurd maar is wel nodig, ook op veengrond, constateert Hegen bijvoorbeeld naar aanleiding van de bodemmonsters. “Gebruik kalkmeststof zonder Mg en je zult zien dat de bekalking bijdraagt aan een noodzakelijke (lichte) verhoging van de pH en verbetering van het CEC-complex, wat de accu van de bodem is. Omdat de gronden van Wup ijzerhoudend zijn, is bekalking extra belangrijk.” Ook het gebruik van graslandzout, seleniumhoudende meststof en tenslotte NaKaMag is aan te reden vanwege de ijzerhoudende grond. “Natrium maakt het gras smakelijker voor de koeien en kalium het gewas minder gevoelig voor droogte. Geen overbodige luxe in deze tijd.”

Kunstmestbesparing

Hegen adviseert daarnaast preciezer te bemesten door per perceel het bemestingsadvies van de grondmonsters aan te houden en de keuze te baseren op het gewenste RE-gehalte en de DS-opbrengst. Door de kunstmestgift in twee keer te geven is het voor Wup mogelijk te besparen op kunstmest en vermindert de uitspoeling op het bedrijf. Hegen: “Eerste keer kunstmest zodra de T-som (180) is bereikt en de zode het toelaat en de tweede gift in de loop van april.”

Plant

Maak voeren gemakkelijk

In de stal met het jongvee en de droge koeien ziet Gerrit Hegen al snel een win-win situatie voor melkveehouder Jan Wup: hij zou een ronde balenpers of grootpakpers met een goede snijrichting moeten gebruiken en het rantsoen voor deze dieren korter snijden zodat ze het voer beter op kunnen nemen. Hegen: “Het grootste risico voor de diergezondheid is een storing in de DS-opname, dat is heel belangrijk om in de gaten te houden. Maak het eten dus zo gemakkelijk en aantrekkelijk mogelijk, zorg ook altijd dat het voer goed is aangeschoven tegen het voerhek.”

Goede kuil

Met in totaal 91 hectare productiegrasland kan Wup goed in zijn eigen ruwvoerteelt voorzien. Hegen: “Deze veehouder neemt zijn ruwvoerteelt serieus. Ik zie een nette werkwijze en voldoende voersnelheid in de kuil. De graskuilen zijn goed geconserveerd, maar de samenstelling van het Ruw Eiwit (DVE/OEB) wisselt. Mogelijk dat Wup eerder maait dan van tevoren is bedacht in het bemestingsplan met als gevolg teveel onbestendig eiwit.”

Ook merkt Hegen op dat er variatie is in het Ruw AS-gehalte van de kuilen. “Op ijzerhoudende grond is werken aan een laag RAS belangrijk voor de mineralenbenutting in het dier: meer RAS betekent meer ijzer in de kuil en ijzer verdringt mineralen in het dier.” Hij adviseert WUP daarom om onder gunstige omstandigheden gelijke percelen te rollen, consequent mollen aan te pakken, niet korter te maaien dan 6,5 centimeter en te zorgen voor een goede instelling van schudder, hark en pick-up van de opraapsnijwagen.

Wup is bezig met het herinzaaien van grasland om de ruwvoerkwaliteit verder te optimaliseren. Hegen adviseert hem egalisatie van het perceel en onderhoudsbekalking direct mee te nemen. “En op blijvend grasland met nog een redelijke botanische samenstelling zou je de wiedeg kunnen gebruiken om oppervlakkig wortelende grassen als ruwbeemd los te trekken en zo uitbreiding van de goede grassen te bevorderen.”

Dier

Mineralen hebben veel invloed op skelet

Grootste zorg van Jan Wup betreft de diergezondheid van zijn koeien: er is sprake van veel klauwproblemen en ook Mortellaro bij de vaarzen is een aandachtspunt. Hegen denkt zelf dat het probleem ligt bij de mineralenvoorziening in het rantsoen, met name bij het jongvee. In de graskuil laat die zonder adequate aanvulling met een mineralenmengsel te wensen over. Hij ziet bijvoorbeeld ook een aantal dieren met voor iets X-benige stand en te dikke voorknieën en weet dat mineralen invloed hebben op de skeletontwikkeling. Hegen: “Jonge dieren hebben voldoende Ruw Eiwit en een mineralenmengsel met een goede Ca/P-verhouding, voldoende Cu en vitamine D nodig. “Als je het rantsoen aanvult met mineralen zoals Cu, Zn, Mn en biotine voorkom  je op de lange termijn problemen in het skelet en ook bij de klauwen.”

Wup doet de klauwverzorging momenteel vooral zelf en dat kost hem veel tijd. Hegen denkt dat het inschakelen van een klauwbekapper slimmer is: “Maak een plan waarbij je de bekapper maandelijks laat komen en de koeien die droog moeten, koeien circa 90 dagen na het afkalven en koeien met klauwaandoeningen laat bekappen. Je loopt dan minder achter de feiten aan.”

Hegen wijst verder nog op het belang van een goede voorbereiding op een hoogproductief melkvee rantsoen in de droogstand, een goede ruwvoeropname, een geleidelijke opbouw van de krachtvoergift in het begin van de lactatie en een goede herkauwactiviteit ter preventie van pens- en dikke darmverzuring en op beheersing van het melkureum. Stuk voor stuk rantsoenfactoren die invloed hebben op klauwgezondheid. 

Nieuw beweidingsplan

Het bezoek van Gerrit Hegen aan zijn bedrijf heeft Wup veel inzichten opgeleverd, zegt de melkveehouder. Wup: “Het is heel fijn dat iemand niet naar één onderdeel, maar naar alle aspecten van je bedrijf kijkt. Dat de mineralenvoorziening zoveel invloed heeft op de skeletontwikkeling en dus uiteindelijk ook de klauwgezondheid is mij nu veel duidelijker geworden. De adviezen en het uitgewerkte beweidingsplan ga ik dit najaar nader bestuderen.” Wup weet vrijwel zeker dat hij volgend voorjaar onderhoudsbekalking gaat uitvoeren.

Meer informatie

Wil jij ook meer weten over de relatie tussen bodem, plant en dier? Wil je kennis opdoen over kringlooplandbouw en met collega-veehouders ervaringen uitwisselen? Doe dan mee met Vruchtbare Kringloop Overijssel. Kijk hier voor meer informatie of aanmelden.