In het project Vruchtbare Kringloop Overijssel hadden deelnemende bedrijven in 2014 een gemiddeld bodemoverschot van 87 kg stikstof per hectare. Dit blijkt uit een eerste analyse van de KringloopWijzers van de deelnemers. Met dit lage bodemoverschot zitten de Overijsselse melkveehouders fors onder het laatst bekende landelijke gemiddelde.

De KringloopWijzers van 220 deelnemers aan het eerste jaar van het project Vruchtbare Kringloop Overijssel zijn geanalyseerd. Deze eerste resultaten dienen als nulmeting voor de rest van het project zodat de voortgang van de deelnemers kan worden gemonitord. Binnenkort zijn ook de resultaten van de KringloopWijzers 2015 bekend.

Laag bodemoverschot
Uit de analyse blijkt dat de deelnemers uit Overijssel in 2014 een gemiddeld bodemoverschot van 87 kg stikstof per hectare hadden. In een vergelijking met de resultaten van de deelnemers aan Vruchtbare Kringloop Achterhoek blijkt dat het bodemschot daar hoger ligt, op 101 kg per hectare. In Overijssel is met minder bemesting een hogere gewasopbrengst gerealiseerd. Dit zorgt voor de hoge bodembenutting. Beide groepen zitten fors onder het landelijke gemiddelde voor melkveehouders, dat in 2013 nog 176 kg per hectare was (bron: LEI Wageningen UR).

Vergelijking met Achterhoek
In de vergelijking tussen beide regio’s zijn alleen de bedrijven op klei en zand meegenomen. In Overijssel zijn de bedrijven iets intensiever dan in de Achterhoek en Liemers maar er wordt op meer bedrijven beweiding toegepast. De rantsoenkenmerken voor stikstof en fosfaat zijn in beide regio’s vrijwel gelijk. Wel hebben de bedrijven in Overijssel een lagere melkproductie per koe. Dit resulteert in een lagere fosfaatbenutting van het vee ondanks dat deze bedrijven minder jongvee hebben. Het artikel met de volledige analyse van de KringloopWijzers 2014 kunt u hier downloaden.

Progressie in kaart
De resultaten van de KringloopWijzers van de VKO-deelnemers worden ieder jaar geanalyseerd. Uit de analyse van de KringloopWijzers van 2015 zal blijken welke progressie de deelnemers in de loop van het project boeken. Ook wordt dan wederom de vergelijking met de resultaten van de deelnemers in de Achterhoek gemaakt.