Op de VKO-demovelden in Tubbergen en Ambt Delden voert specialist Herman Krebbers een proef uit met gedeelde bemesting op het maisperceel. Volgens de specialist zou gedeelde bemesting met bijbemesting naar behoefte in juni de nieuwe standaard kunnen worden, ook in Nederland. “Je bespaart op kunstmest en kunt het mooi combineren met onderzaai van het vanggewas.”

Net als in Tubbergen is dit seizoen dus ook op het VKO-demoveld Ambt Delden op één gedeelte minder mest gestrooid dan op de rest van het perceel. Krebbers onderzoekt welke gevolgen dit heeft voor de groei van het mais en of bijmesting nodig is voor een goede opbrengst. Daarbij wordt de dosering aan bijbemesting gebaseerd op monsteranalyses en sensormetingen van bodem en gewas om de stikstofopname en de nalevering van de bodem in te schatten.  Dit onderzoek voert hij behalve op demovelden van Vruchtbare Kringloop Overijssel op nog 4 andere percelen uit. “Gedeelde bemesting, dus de kunstmestgift in twee bewerkingen uitvoeren, wordt in Canada en Verenigde Staten al toegepast. In Nederland kiezen boeren er vaak niet voor, omdat het betekent dat je een perceel twee keer moet bewerken.” 

Besparen op kunstmest

Toch ziet Krebbers voordelen voor gedeelde bemesting. Met name om stikstofverliezen in mei/juni te beperken bij zware neerslag. Volgens hem kun je vaak besparen op kunstmest of met een extra gift de opbrengst verhogen. “De kans bestaat dat er al voldoende stikstof in de bodem aanwezig is waardoor de tweede, extra kunstmestgift niet of minder nodig is. Ook is het risico op uitspoeling minder. Bemest je een perceel maar een keer, dan kun je net pech hebben dat de mest uitspoelt door een flinke regenbui of dat de mest vanwege de droogte niet goed benut wordt. Door de bemesting op te delen, kun je daar beter op inspelen. En de tweede bewerking die nodig is wanneer je moet bijmesten, kan een boer combineren met het onderzaaien van een vanggewas.”

Bijmestadvies

Om te bepalen of het perceel een extra mestgift moet krijgen en hoeveel, onderzoekt Krebbers twee zaken: de stikstofopname uit het gewas en de nalevering van stikstof uit de bodem. Dat doet hij door bladmonsters naar Eurofins te sturen om het N-gehalte in de plant te bepalen. Ook neemt hij een bodemmonster om het N-totaal en N-mineraal te bepalen. “Op basis van die monsters krijg ik een bijmestingsadvies volgens de Bijmestmonitor.” Voor de 6 percelen heeft Krebbers een Bijmestadvies gekregen van 0 tot 63 kilo kunstmest. “Op sommige percelen zit dus nog genoeg stikstof in de bodem voor de plant en is bijmesten niet nodig. Daarmee bespaar je direct op kunstmest en kun je de dierlijke mest efficiënter inzetten op grasland.”

Meetmethoden

Toch zitten er volgens Krebbers ook haken en ogen aan bijmesting. “Je ziet op een perceel grote verschillen en moet dus goed meten wat een plant nodig heeft. De verschillen in een perceel worden bekeken met spectraal beelden van een drone en satelliet en met gewone dronefoto’s. Krebbers probeert ook andere meetmethoden uit.  Bijvoorbeeld de Yara N-tester. “Deze meet stikstof in het blad.” De richtlijnen voor bijmesting zijn alleen nog niet goed in kaart gebracht. “Je weet dus niet hoeveel extra kunstmest je moet geven bij een bepaalde uitkomst.”

Een andere meting die Krebbers heeft uitgeprobeerd is de plantsapmeting van NovaCropControl. “Je neemt een bladmonster van het nieuwste en het oudste blad. Behalve het stikstofgehalte krijg je van nog 34 andere mineralen een analyse. Ook hier is nog niet goed bepaald hoeveel je moet bijmesten bij een bepaalde uitkomst.”

Soilscanner

Voor het bepalen van de mineralen-nalevering uit de bodem wordt ook een test gedaan met de Soilscanner van Agrocares. Daarmee kan direct in het veld al een monster worden geanalyseerd op mogelijke tekorten aan N, P en K. Vraag is nog of deze grovere analyse voldoende detailinfo geeft om de bijbemesting op te baseren. Krebbers: “Alle testen moeten in een makkelijk systeem uitmonden waarmee de boer kan bepalen hoeveel hij moet bijmesten.”

Krebbers blijft de groei van de mais op het VKO-demoveld volgen. Na de extra gift, meet hij het stikstof in het blad. In september volgt nog een opbrengstmeting.

 

Dit onderzoek naar gedeelde bemesting wordt uitgevoerd in het kader van een POP3 precisielandbouwproject in Overijssel, samen met Landstede MBO in Raalte en Vruchtbare Kringloop Overijssel.