Met een grondgebonden melkveehouderij en steeds meer aandacht voor eiwit van eigen land, ziet VKO-studiegroepbegeleider Hans Dirksen steeds vaker dat melkveehouders berekenend omgaan met hun grasland. “En dat adviseer ik ze ook. Er zit nu veel energie in het gras, kuil je deze eerste snede goed in dan creëer je je eigen krachtvoer voor de koeien. Dat is winst. Belangrijk is wel zo snel mogelijk beginnen met weiden als het land het toelaat want daar behaal je echt de grootste efficiëntie. Dan kun je energierijke en eiwitarme producten aanvoeren om het verse gras nog beter te benutten. Streef naar een ureum van 18 of lager, met een rantsoen van 1000 VEM en 150 RE en een mooie DVE/OEB -verhouding.”

Juist verhouding DVE/OEB

Minder of geen krachtvoer zoals soja hoeven inkopen scheelt én in de portemonnee én pakt ook nog eens gunstig uit voor je Carbon Footprint, de CO2 voetstap die je als bedrijf achterlaat. Dirksen: “Maar met minder aangekocht voer om te sturen, is een goede verhouding DVE/OEB erg belangrijk en dat begint bij op het juiste moment maaien en vervolgens goed inkuilen.” Dirksen geeft hieronder 5 tips voor het inkuilen.

Op basis van de stikstofgift en het inschatten van de drogestof-opbrengst op het perceel is het namelijk mogelijk om het beste maaimoment (met juiste DVE/OEB-verhouding) te bepalen. Afhankelijk van het rantsoen voor je koeien en de hoeveelheid eiwit en energie die je wenst, bepaal je of je vroeg of laat maait.”

5 tips van coach Hans Dirksen voor een kwalitatieve kuil:

  1. Hoeveelheid droge stof is uitgangspunt voor een goede kuil: minder droge stof is meer energie en eiwit en visa versa, begin op tijd met maaien. Ook voor een vlekkeloze weidegang.
  2. Voorkom broei en voorkom verliezen! Maak een lange kuil (50 meter lang is ideaal) opgebouwd met dunne holle lagen bij een sleufsilo in plaats van een hoge kuil om broei te voorkomen en optimaal aan te sluiten bij de voersnelheid van je koeien. De kuilvoerplaat goed luchtdicht maken.
  3. Bladrijk gras = eiwitrijk gras en dit kan niet droog genoeg de kuil in! DVE maken is de kust: Gras met veel bloeiwijzen kan niet snel genoeg de kuil in, daar zit immers vaak ook minder energie en eiwit in. Dit moet niet te bestendig worden.
  4. Als het weer is, moet je gaan. Alleen dan weet je dat het gras goed de kuil in komt. Niet het vele eiwit is goed maar het goede eiwit is veel.
  5. Maatwerk! Iedere keer inkuilen is maatwerk, maar als je het trucje ervan doorziet weet je hoe te handelen.

Uit de praktijk: VKO-melkveehouder Bert Schothorst heeft de eerste snede al ingekuild

“In het verleden hebben wij wel eens laat gemaaid, dan gingen we richting 4500 kg droge stof met totaal geen eiwit in het gras. We wilden het daarom dit keer eens anders proberen. Wij hebben zodra het mocht in februari bemest op een 12 hectare groot leemhoudend perceel: op 17 februari 30 kuub rundveedrijfmest en rond 15 maart nog eens 275 kg grow grass stabiel gestrooid met 26 procent stikstof.

Volgens de graslandhoogtemeter bezat het gras nu zo’n 3000 kg droge stof, mooi! Daarbij is het perfect weer om te maaien en in te kuilen. Het is droog weer, oostenwind: het gras droogt hard en kunnen we goed inkuilen. Gaan dus! Dit droge gras is volgens ons een goede onderlaag voor volgende sneden gras die we ook nog eens gaan mengen met relatief natte aardappelsnippers. Al met al denken we zo een geschikte kuil te maken waarvan onze koeien goed kunnen melken.”