Om de KringloopWijzer als managementtool in te zetten, is het belangrijk dat de metingen, de invoer en de berekeningen zo nauwkeurig mogelijk aansluiten op de werkelijkheid. Vandaar dat de KringloopWijzer jaarlijks wordt doorontwikkeld, jaarlijks worden de wijzigingen die in het nieuwe jaar ingaan gedeeld via een factsheet. Maar van welke factoren hangt het doorvoeren van nieuwe onderwerpen af? En waarom duurt praktijkimplementatie zo lang? Louwrens van Keulen, vanuit ZuivelNL verantwoordelijk voor de praktijkimplementatie van de KringloopWijzer en Michel de Haan, vanuit WUR direct betrokken bij de wetenschappelijke onderbouwing van de rekenkern, lichten het ontwikkelingsproces toe.

“De KringloopWijzer blijft een model en is daarmee een vereenvoudiging van de werkelijkheid” geven zowel Michel als Louwrens aan. Waar we continue aan werken is om dit model te verbeteren zodat iedere melkveehouder zich herkent in de werkwijze en resultaten en kengetallen. “Suggesties ter verbetering van de KringloopWijzer komen via melkveehouders, adviseurs, veevoer- en zuivelorganisaties en andere betrokkenen terecht bij de projectgroep, die vervolgens zorgt dat het bij de Stuurgroep Doorontwikkeling geagendeerd wordt”, aldus Michel . “Louwrens en ik zitten beiden in de stuurgroep, samen met andere afgevaardigden van ZuivelNL, LTO, WUR, VLB, Nevedi en NZO. Ook LNV heeft zitting in deze stuurgroep omdat de doorontwikkeling via een publiek/private samenwerking voor 50% door het ministerie wordt gefinancierd. In de stuurgroep beoordelen wij hoeveel prioriteit aan een onderwerp wordt gegeven, afhankelijk van vijf factoren: impact, kosten, doorlooptijd, wetenschappelijke onderbouwing en borgbaarheid.”

Impact … van ganzenvraat
“Wanneer de impact van een onderwerp groot is, zal het onderwerp waarschijnlijk een hoge(re) prioriteit krijgen”, zo geeft Michel aan. “Zo leidde het aanbrengen van differentiatie in de uitrijdmethoden van mest, onder andere het verdunnen van mest met water bij de sleepvoetenmachine, tot grote verbetering van de bedrijfsspecifieke berekening van de vier belangrijke indicatoren – N-bodemoverschot, ammoniakemissie, eiwit van eigen land en broeikasgasemissies – en daarom is dit onderwerp geïmplementeerd.”

“Over ganzenvraat is lang gediscussieerd”, aldus Louwrens. “Is het effect van ganzenvraat groot of klein? En wat kost het om dit onderwerp mee te nemen? Deze vragen konden niet eenvoudig beantwoord worden. Er was echter voldoende draagvlak om hoge prioriteit aan dit onderwerp toe te kennen, omdat ganzenvraat een belangrijke rol speelt in de praktijk van de melkveehouder. Vanuit wetenschappelijk onderzoek hebben wij nu een werkwijze gevonden om de invoer met een bron (reeds vastgelegde gegevens) te kunnen doen: met het schadeformulier van BIJ12 kan de melkveehouder aangeven hoeveel ‘ganzenschade’ hij heeft. Het formulier kan bij controle desgewenst geüpload worden. Er is dus ook een vrij goede borging van de invoer gerealiseerd.”

“Heel soms gaat er ook iets mis: in mestscheiding bleek bijvoorbeeld een fout in de berekening te zitten. Om een (herhaald) foutief resultaat uit te sluiten, kreeg het herstel van dit onderwerp een hoge prioriteit”, aldus Michel.

Wetenschappelijk onderzoek
“Koolstofvastlegging in de bodem kende de stuurgroep een hoge prioriteit toe, omdat dit onderwerp mogelijk een grote impact op de broeikasgasemissie heeft”, zo vertelt Michel. “Maar onderzoekers moeten jarenlang proeven en data-analyses uitvoeren voordat er voldoende informatie over dit onderwerp bekend is. Dit lange onderzoekstraject is nodig voor de wetenschappelijke onderbouwing, maar zorgt er ook voor dat het jaren duurt voordat het onderwerp in de KringloopWijzer ingebouwd kan worden. Bovendien moet de wetenschappelijke kennis ook nog in formules te verwerken zijn, en zover zijn we nog niet.”

Borgbaarheid
“Vanuit een idee, starten we een verkenning van een onderwerp”, aldus Michel. “Wetenschappelijke onderbouwing is noodzakelijk, maar daarmee zijn we er nog niet”, vult Louwrens aan. “Zoals Michel net aangaf moet de wetenschappelijke kennis ook nog omgezet kunnen worden in rekenmodules. En als er extra invoer nodig is bij een aanpassing in de KringloopWijzer, zal de borging een aandachtspunt vormen.

Extra invoergegevens komen bij voorkeur uit een bestaande databank. Er moet dan echter wel een koppeling met de databank georganiseerd worden en zo’n organisatie kan tijdrovend zijn. Als de invoerparameter nog geen onderdeel van een databank is, maar wel kan worden, dan moet georganiseerd worden dat een databank gevuld wordt met de juiste data(analyses). Zo’n traject kost minimaal een jaar. En wanneer de extra invoer vanuit de melkveehouder moet komen, is ook de vraag of dit wenselijk en haalbaar is, kijkend naar de gebruiksvriendelijkheid, tijdsbelasting en betrouwbaarheid van de invoer.”

Van laaghangend fruit naar hooghangend fruit
Michel: “Wetenschappelijke onderbouwing is vaak een tijdrovende factor. Het laaghangende fruit is de afgelopen jaren verwerkt. De KringloopWijzer werkt goed. Nu richten we ons op perfectionering door ‘moeilijkere’ onderwerpen aan te pakken, maar die moeilijkere onderwerpen vereisen vaak langdurig onderzoek. Zo heb ik nog twee voorbeelden van onderwerpen die nog niet in de KringloopWijzer geïmplementeerd zijn, omdat hier nog onvoldoende wetenschappelijke kennis over bekend is:

Verdunnen van mest bij zodebemesten: vanuit wetenschappelijk onderzoek zijn nu nog geen emissie-coëfficiënten bekend.
Bedrijfsspecifieke gewichten van koeien: we verkennen nu wetenschappelijke onderbouwing van werkwijzen om het gewicht van de veestapel bedrijfsspecifiek in beeld te brengen.
Het is daarom lastig inschatten of deze onderwerpen verwerkt kunnen worden in de KringloopWijzer en zo ja, op welk termijn.” “Bovendien weten we bij het laatstgenoemde onderwerp ook nog niet goed hoe we de invoer van bedrijfsspecifieke gewichten van koeien geborgd kunnen vastleggen. De borging kan dus zorgen voor een extra hobbel in de weg naar praktijkimplementatie,” zo vult Louwrens aan.

Jaarlijkse update
Michel: “Ieder jaar wordt de KringloopWijzer één keer inhoudelijk gewijzigd. Als dat vaker zou gebeuren, zou je in één jaar verschillende rekenwijzen bij verschillende bedrijven gebruiken en dan zijn de resultaten niet meer te beoordelen en niet meer te vergelijken.” Louwrens wijst nog op de factsheet: “Aan het eind van een kalenderjaar presenteert de KringloopWijzer altijd een factsheet met alle wijzigingen die vanaf het nieuwe jaar in gaan. Veel wijzigingsvoorstellen die in 2019 op de agenda stonden, zijn geïmplementeerd in de versie van 2020.”